Open-Monumentendag 2003 - 'Steen' Wandeling 'Tussen kerk en Oude Pastorie'
In het kader van deze brochure bij Open Monumentendag
2003 dient de beschrijving van deze (monumenten)wandeling
in dit historisch erg belangrijk deel van Opwijk-Centrum
eerder beperkt te blijven. In een aantal gevallen
verwijzen wij voor meer informatie naar andere specifieke
hoofdstukken in deze brochure of naar een bijdrage in het
HOM-tijdschrift of op de HOM-internetpagina's.
Singel Kant kerk Een singel is een gracht
rond een goed of de weg daarlangs, niet aan de zijde van
het goed (vgl. de uitdrukking “Een stad omsingelen”).
Onze Singel was oorspronkelijk een pleintje, gelegen
naast de noordelijke buitenwal van de Borcht. Op de plaats van het huidige huis Singel nr. 12-14, stond het De Lantsheere-huis. Dit werd gebouwd door kerkmeester Frans Heyvaert, werd later bewoond door griffier Constantijn Alexander van der Schueren (schoonzoon van Jan Frans de Lantsheere) en door zijn schoonbroer griffier Willem-Jozef de Lantsheere (1784-1796). In 1950 schonk juffrouw Eugenie Verdoodt het huis met de tuin en dreef die reikte tot aan de Processiestraat- en de kapel O.-L.-Vrouw ter Nood, aan de kerkfabriek. Het oud statig herenhuis werd in 1970 afgebroken. Op de 19e eeuwse kadasterplannen zien wij een doorgang tussen het 2e en 3e huis van het huizenblok op het kerkplein-Singelplein (dus tussen huidige Singel en de Kattestraat, tegenover het postgebouw en de Waag). Bemerk nog de fraaie oude gepleisterde gevel van het huis nr. 16. Op de gevel van het huis nr. 8, naast de uitstalramen van de vroegere winkel, zien we de twee in hardsteen gekapte bas-reliëfs met rechts een drukpers en een boek en links een tandwiel en inktroller, die verwijzen naar de drukkerij en papierhandel Van Langenhove die hier gevestigd was. Kant Kloosterstraat-Schoolstraat Op de hoek van het huidige
Singel-plein en de Kattestraat (nu bankgebouw) stond in
vroegere tijden Het Vleeshuis. In de 14e en 15e eeuw
hadden de vleeshouwers hier hun uitstalling. In de 16e
eeuw waren de gildebroeders van Sint Paulus er eigenaar
van geworden. Zij hadden er hun gildelokaal terwijl het
tevens diende als gemeentelijk raadhuis. In 1579 werd de
kerk “met meer dan dertich huysen aldaer rontsomme
gestaen by de vrantsche malecontenten geheel en al metten
brande geruineert”. Ook het gildehuis ging in de vlammen
op. Ter vervanging werd door de gilde en het
gemeentebestuur gezamenlijk in 1610-1611 een nieuw
gildehuis-gemeentelijk raadhuis gebouwd aan de Steenweg
(Marktstraat, op de plaats van het huidig Brouwershuis). Op 31 oktober 1920 werd op het plein een gedenkteken ter nagedachtenis van de Opwijkse gesneuvelden van W.O. 1914-18 plechtig onthuld. Het was een kunstwerk van beeldhouwer Pieter Bracke en architect Creten. Later verhuisde het monument in natuursteen naar het nieuwe kerkhof aan de Ringlaan waar het nu nog nabij de ingang staat. Tot het begin van de 19e eeuw bestond er op de Singel (zowat voor het huidig huis nr. 13) ook een openbare open waterput, die rondom afgesloten was met een haag (1725). Aanvankelijk was deze put of poel gelegen op een zijarm van de Asbeek die uit de Esp kwam, over de Singel liep en de westelijke walgracht vormde van de hofstede waar nu de Waag staat en dus verder de wal van de Borcht. Wij hebben ook aandacht voor de gevel van het fraai burgerhuis nr. 13, met versiering van gesinterde bakstenen, natuursteen en tegels. Kijk ook eens naar het oud huis nr. 16 dat nog op de oude bouwlijn staat, met een bepleisterde witgekalkte geverfde- gevel en met houten omlijsting rond de vroegere winkelramen. De Waag De oude waaglokalen werden afgebroken in 1935 en vervangen door het huidig complex in een eenvoudige art deco-stijl van de hand van arch. Paul Semal. Het zijn nu parochielokalen. Achter de Waag staat een gebouwtje waar diensten van het Kind en Gezin (vroeger “Kinderheil”) ondergebracht zijn. De pastorie Deze werd gebouwd in 1847 onder
pastoor P.J. Van Hemel, deels op de dichtgemaakte
buitenste walgracht van de Borcht. Het ruime dubbelhuis,
in streng neoclassicistische stijl, met bepleisterde
voorgevel, is een ontwerp van provinciaal architect Louis
Spaak (1804-1893). Schoolstraat Heette vroeger Dorpsstraat (van
Nieuwstraat tot Broekstraat), deel van weg nr. 3. De straat vormt de grens enerzijds tussen het Meersblok en het Kostersmeer (beiden in de Esp) (rechts) en anderzijds het Eerste Heiveld (links, richting Kloosterstraat). Aan het begin van de huidige Schoolstraat (later hoeve Cuddeman) hadden wij de Prochiaens stede, waar in de 16e eeuw de pastoors Joris de Deckere en Jan van Hoorenbeke woonden. Rechts daarvan, waar nu het huis van M. Buggenhout staat, woonde pastoor Heynot (1605-1618). De volgende parochieherder, pastoor Gillis van Lokeren, bouwde dan enkele jaren nadien, in 1626, een nieuw pastoreel huis: de huidige Oude Pastorie, achter het Hof ten Hemelrijk. In de Schoolstraat hebben o.m. de huizen nr. 7, 10 en 14 fraaie gevels in baksteen met versieringen en natuursteen. Verder in de Schoolstraat staan nog een tweetal statige herenhuizen die deel uitmaakten van het gebouwencomplex van het vroegere pensionaat Lindemans. Gemeentelijke school Gebouwd op gemeentegrond (zie
“Schuttershof”) vanaf 1860 naar de plannen van
provinciaal architect Louis Spaak. Kerkweg De verharde weg (weg nr. 79)
gaat vanaf de Schoolstraat (hoek Schuttershof), over de
Kloosterstraat, op het tracé van de toegangsweg (dreef)
naar en over het domein Hof ten Hemelrijk, langsheen de
noordgrens van 't Kareelgelege en tussen de hof van de
Oude Pastorie en 't Kareelgelege richting zijbaan van de
Nanovestraat (nu Oude-pastorieweg) en verder over de
Nanove, Hulst, Langevelde naar Waaienberg en Paddebroeken. Schuttershof Dit perceel in het Tweede Heiveld, was eigendom geworden van de St.-Paulus Handbooggilde nadat hun oud schietplein “de Doelen” (aan de oude heirbaan naar Dendermonde, waar nu “'t Kasteeltje” aan de Marktstraat-Ringlaan staat) in de 17e eeuw eigendom van de kerk geworden was. Op 27 juli 1811 werd het goed van het schietplein van de Sint-Paulus-schuttersgilde als door de Fransen aangeslagen domeingoed, door de Prefekt van het Departement van de Dijle, te koop aangeboden. De toenmalige gildekoning, Judovicus Heyvaert, kocht het goed, vermoedelijk op last van de Gilde en bij gebrek aan andere kandidaten, waarschijnlijk voor een lage prijs. Deze eigendom werd dan ingeschreven op naam van de koper en vererfde, na diens dood, op zijn zoon Jozef. Het goed was dus geen eigendom van de Gilde meer, maar gezien o.m. de betrokkenheid van de eigenaar met de maatschappij, mochten de schutters er wel over blijven beschikken. Gezien de grootte van het goed werden er door de Gilde een tiental kleine huizen op jaarschaal (recht van opstal) gebouwd. Ongeveer een derde bleef dienstig als schietplein. Toen de erfgenamen van de wettelijke eigenaar de gemeente verlieten (naar Zichem), schonken deze hun grond voor de helft aan de gemeente en voor de andere helft aan het Opwijkse Bureel van Weldadigheid (akte verleden in 1856). De gemeente liet de krothuizekens op haar nieuw verworven eigendom afbreken, waardoor er ruim plaats vrij kwam voor de te bouwen gemeenteschool en andere gebouwen van openbaar nut (waag, brandweerbergplaats, gevangenis). Door een som van een inzameling onder de burgers, een gemeentelijke toelage en een toelage van de staat, konden de acht krotwoningen die gelegen waren op het deel van het Bureel van Weldadigheid, afgebroken worden en vervangen door de typische kleine woningen waarvan er nu nog een aantal bestaan. In deze gezellige buurt staat nu nog de enige openbare waterpomp van de gemeente. Bemerk hoe in 't Schuttershof een aantal huizen staan met een fraaie baksteengevel en hoe aan andere huizen een uitvoering van (bak)steenimitatie werd gerealiseerd. Meirsweg We nemen de weg nr. 88 links naar de Kloosterstraat. Deze voetweg staat in de Atlas der Buurtwegen beschreven als “Sentier de celui dit het straetje à celui dit Droeshoutsteeneweg”. Met “het straetje” wordt de weg nr. 63 bedoeld, die nu de verbinding vormt tussen de Schoolstraat (naast de wasserij) en de Karenveldstraat. Onze Meirsweg liep vroeger door, over de Kloosterstraat, in de weg richting Nanove (weg nr. 64, Droeshout steenenweg). De aansluiting van deze laatste met de Kloosterstraat werd omwille van bepaalde perceelsbezettingen in stappen een 70 meter richting Karenveldstraat verplaatst. Kloosterstraat Aanvankelijk de plaats van een losweg van slechts een 200 meter lengte vertrekkende vanaf de Singel (tot aan het wegje richting Nanove en richting Schuttershof), tussen het Tweede en Derde Heiveld. Later werd dit deel van de huidige Kloosterstraat den Eikendreef genoemd. Deze benaming geldt dus slechts voor de eerste ca. 200 meter van de Kloosterstraat vanaf de Singel. In de Atlas der Buurtwegen (1843-'46) is de toenmalige weg aangeduid als een deel van de Oudhofweg (weg nr. 40). In 1895-'98 werd hier de nieuwe kasseibaan naar Droeshout aangelegd. Sinds 1925 heet dit deel Kloosterstraat, naar het moederhuis der Zusters van St.-Vincentius a Paulo van Opwijk dat hier in 1902-1904 gebouwd werd. Bemerk ook de fraaie herenhuizen nr. 16, 18, 22 en 24, ontwerp vermoedelijk van arch. Paul Semal, gebouwd ca. 1925-1930. In de gevel van het huis nr. 27 zien wij boven de ingangsdeur een blauwe hardsteen met een gekruisde afbeelding van een spade en een houweel, verwijzend naar het beroep van een bewoner van het huis. Rechts, (kant Hof ten Hemelrijk), in de Blokcksweide, ligt het ca. 1 ha grote terrein van de vroegere melkerij NOSTA (voorheen MEERT), eigendom van de firma Belgomilk. De gebouwen (vroegere NOSTA en Diadal) werden afgebroken in het voorjaar 1996. Het onlangs herziene Bijzonder Plan van Aanleg (BPA) nr. 5 “Nanove” voorziet voor dit terrein een woonzone. Klooster Sint-Vincentius a Paulo Moederhuis van de kloosterorde
die in 1847 gesticht werd door pastoor P.J. Van Hemel,
met als leefregel deze van St.-Franciscus van Assisië en
met patroon de heilige St. Vincentius a Paulo. Hof ten Hemelrijk In het parochiaal kerkarchief
van 1515 lezen wij: ”een stede gheleghen ant hemmerijck
metten bogaerde commende an die hofstraete, ende metten
eenen clenen merschelken ligghende tusschen de borch ende
voorschreven stede”. In 1725-'26 was het Hof ten Hemelrijk de enige boerderij in de dorpskom. Het Opwijkse geslacht van
Hemelrike, Van Hemelrijk ontleent zijn naam aan het Hof
ten Hemelrijk. De huidige gebouwen dateren van de tweede helft van de 19e eeuw; hoofdgebouw-woonhuis van 1880, schuur van 1876, stallen zuidoost van 1869, stallen noordwest (nu cafetaria) van 1876. Het goed, met meer dan 3 ha
gronden, weide en boomgaard, werd in 1977 door de
gemeente aangekocht om het uit te bouwen tot gemeentelijk
cultuur- en ontmoetingscentrum. Na de aankoop van de hoeve met de direct omliggende gronden kocht de gemeente de volgende jaren nog een aantal aanpalende percelen aan, zoals het Kareelgelege - zie hierna. De gebouwen van het G.C. Hof ten Hemelrijk werden de laatste jaren sterk gerenoveerd. In de verschillende gevels werd een plint harde donkerblauwe baksteen geplaatst. De heraanleg van de binnenkoer (in kasseistenen –porfier-) was aanvankelijk voorzien in betonklinkers. In aansluiting met de opmerkingen van onze vereniging in het kader van het openbaar onderzoek voor de bouwvergunning, werd uiteindelijk geëist dat de bestrating in kasseien diende te gebeuren. Er mochten wel afgevlakte kasseien gebruikt worden. De bestrating van binnenkoer en onmiddellijke omgeving werd grotendeels uitgevoerd met Platines Kandla Grés uit India (in meerdere tinten). Een aantal opvulstroken, parkeerstroken, afboordingen (o.a. van de vroegere vijver/vroegere mestvaal),… werden uitgevoerd met gerecupereerde kasseien van de binnenkoer en de oprit. Het hellend vlak en de afgeronde zones voor de toegangsdeuren werden uitgevoerd in blauwe hardsteen. Dreef naar Hof ten Hemelrijk Zie “Kerkweg” hierboven. Borcht De Borcht was oorspronkelijk een omwalde hofstede, uit de 10e-11e eeuw of ouder, waaraan wellicht een eigen kerkje en parochie gehecht was. Zij was gelegen aan de brug van de oude Heerbaan over de Asbeek, vermoedelijk opgericht als een achteruitgeschoven verdedigingspost aan de grens tussen Brabant en Vlaanderen. Het primitieve kasteel of “burcht” (=versterkte en omwalde woning) van een Opwijks leenheer, werd waarschijnlijk vernietigd tijdens de oorlogen tussen Vlaanderen en Brabant in de 13e en 14e eeuw. De oude Borcht zelf bestond uit twee gescheiden complexen: een eerste motte, geheel omgeven door wallen, bezet met een stede die rechtstreeks verbonden was met de Singel en een dorpspleintje; een tweede, eveneens omwalde motte, waarop sinds de 18e eeuw geen bewoningssporen meer werden aangetroffen. Een brug gaf toegang tot beide delen. Het eerste was het Voorhof, het tweede de eigenlijke motte of borcht, later doorgaans nooit meer bewoond. Dit deel paalde rechtstreeks aan de dorpsbeek (Asbeek), die zo een tweede waterwal vormde. Wij hadden dus een tweeledige Borcht met eigen wallen en met een uitgebreider gordel die deels met grachten omzoomd was (langs het Hof ten Hemelrijk en de Singel), deels met aarden wallen omgeven was langs de Kattestraat en het straatje dat aan de Asbeek doodloopt. Bij de uitbreiding van de dorpskom in de 12e-13e eeuw werd het omsloten Borchtcomplex nabij de Asbeek verlaten, dit o.m. omdat in die tijd de taak van een borcht als verdedigingspost was uitgespeeld. Het accent werd verlegd naar een vrijheidscomplex, dat aansloot bij de steenweg of oude heerbaan en waar de handelsbedrijvigheid plaatsvond (13e eeuw). De plaats van de huidige Sint-Pauluskerk (en vermoedelijk een vroeger kerkgebouw op die plaats) getuigen hiervan. De Borcht was de woonplaats van Walterus de Ingersbrugge (Cart. Afflig. 1145) en Ingelbertus de Ingeresbruc (ibid., 1151). In de 17e eeuw, en wellicht vroeger, en in de 18e eeuw, vinden wij de schepengriffie, gevestigd op de Borcht. Zij bleef er tot het einde van het Ancien Régime, hoewel de Borcht steeds eigendom was van de opeenvolgende griffiers. Zij hadden dus hun greffie (=secretariaat), waar tevens het gemeentelijk archief bewaard werd, in hun eigen huis. Achtereenvolgens woonden er in het huis dat telkens aan de volgende griffier werd verkocht: Erasmus Van Hoorenbeke (1627-1651), Joos van der Varent (1652-1673), Jan B. Van Hoorenbeke (1673-1696), Jan Bauwens (1697-1743) en Jan Frans de Lantsheere (1744-1781). De toegang tot het omsloten Borchtcomplex gebeurde langs een statige dreef, vertrekkende aan het huidige Singelplein-begin Kattestraat. De dreef stond gekend als de Notelarendreef - zie Kattestraat. De laatste gebouwen van de Borcht, waarvan nu nog slechts enkele puinhopen overblijven, dateren uit de 17e en de 19e eeuw. Het geheel had enkele tientallen jaren geleden nog het uitzicht van een oude boerenhofstede, waarbij de wallingen nog gedeeltelijk bestonden. Van de binnenste wallingring zijn nu nog slechts vage sporen zichtbaar. Op het terrein is de ligging van de grachten in de huidige geomorfologie echter nog duidelijk waar te nemen. Meer gegevens over de historiek van de Borchtsite werden opgenomen in de noten (1), (2) en (3) van de bijdrage Bescherming onroerend patrimonium in het HOM-tijdschrift 1997-4, p. 30-32. Het goedgekeurde herziene
Bijzonder Plan van Aanleg (BPA) nr. 5 “Nanove” voorziet
voor de zone van de Borchtsite nog steeds een doorlopende
verkeersweg, tussen de Kattestraat en de
Oude-pastoriedreef, dwars door de Borchtsite (op de
plaats van het vroegere Borchtcomplex!), met bebouwing
langs de oostzijde. De voorziene straat volgt van in de
Kattestraat (kant Singel) het tracé van de voormalige
toegangsdreef tot het Borchtcomplex. Langs de westzijde
van deze straat is een uitbreiding van het openbaar park
(Hof ten hemelrijk) voorzien, ter compensatie van de
betoelaagde groenzone die zal gebruikt worden voor de
bouw van het Jeugdhuis Nijdrop op het terrein van het Hof
ten Hemelrijk. Het archeologisch onderzoek dat in 1998-1999 uitgevoerd werd op de Borchtsite wordt besproken in de bijdrage van Ingo Luypaert Opgravingen op de Borchtsite te Opwijk in HOM-tijdschrift 2003-1, p. 10-15 (met verwijzing naar vroeger gepubliceerde artikelen i.v.m. de Borcht). Omgeving Hof ten Hemelrijk Tuinmuur pastorie Door een tuinpoortje vooraan links op de parking van het Hof ten hemelrijk zien wij de onlangs herstelde bakstenen tuinmuur van de huidige pastorie op de Singel. Deze muur maakt deel uit van het als monument beschermd geheel van de pastorie en pastorietuin (ministerieel besluit van 23 oktober 1997). Kareelgelege Perceel rechts van de weg naar
de Oude Pastorie, tegen de beek, in 't Hemmerik, vroeger
boomgaard van de (oude) pastorie, nu behorend tot het
domein van het Hof ten Hemelrijk. Toen pastoor Gillis Van Lokeren in 1626 de nieuwe pastorij bouwde (die we nu als de Oude Pastorij kennen) merkt hij daarbij op, in zijn Manuale (vertaling): “De lage ligging (van de gronden waar hij de nieuwen bouw wilde oprichten) komt hieruit voort dat, vóór lange jaren, op deze plaats grond geschoten werd om steen te bakken voor de kerk van Opwijk. In 't schieten van de grondvesten vond men kareelstenen van dezelfde vorm en grootte als die welke aan de kerk verbouwd werden. Overigens de plaats daarneven gelegen (d.i. het lage gedeelte van de boomgaard van 't Hof te Hemelrijk, langsheen het stenen wegsken, eigendom van de pastorie), waar de boomgaard der pastorij aangelegd werd, heet sedert onheuglijke tijden het Careelgheleghe. Bij 't effenleggen van de grond werden, op die plaats, zes of zeven kareelovens blootgelegd”. Het feit dat hier grond geschoten werd voor het maken van baksteen verklaart de lage ligging van het vroegere terrein. Nadien werd het perceel opnieuw genivelleerd. De vroegere vijver op dit perceel (kaartboek 1725-'26) was wellicht nog een overblijfsel van deze uitgravingen. De Asbeek De Asbeek was de dorpsbeek, aan
dewelke het Borchtcomplex onstond. De benaming Asbeke
werd reeds gebruikt in de 15e eeuw. Asbeke = beek die
loopt door de oude “Asch” (=grond, bij verschillende
personen in gebruik, en waar de delen niet van elkaar
afgesloten of omheind zijn). De beek is ingebuisd van aan het noordwest-punt van de Oude Pastorie (Nanoveweg) tot de overzijde van de Ringlaan. In 1999 werd langsheen de loop van de beek, soms op enige afstand, door Aquafin de rioleringscollector van de Asbeek aangelegd. Bijzonder Plan van Aanleg “Nanove” (B.P.A. nr. 5) Het oorspronkelijk plan, goedgekeurd met K.B. van 23-2-1955 was bedoeld voor een nieuw gemeentelijk administratief centrum. Een groot gedeelte bleef landbouwzone. In 1962 werd het plan gewijzigd en de landbouwzone geëlimineerd: zo werd de bouw mogelijk van de sociale woonwijk van Providentia (Konkelgoed). Tevens werd kantoorhoogbouw voorzien. Bij een nieuwe wijziging werd rekening gehouden met de aankoop in 1977 door de gemeente van de eigendom van het Hof ten Hemelrijk, dat samen met de Oude Pastorie als cultureel centrum zou ingericht worden. Het administratief centrum en de hoogbouw van vroeger werden geschrapt en er werd in de plaats daarvan ruimte voorzien voor een tweede sociale woonwijk en een sociale verkaveling. Deze laatste werd ondertussen gerealiseerd. De laatste wijziging van het BPA werd goedgekeurd door de gemeenteraad op 27 februari 2003 en definitief aangenomen bij ministerieel besluit van 15 mei 2003 voorziet met betrekking tot deze zone onder meer:
Gemeentelijk ruimtelijk structuurplan Het gemeentelijk ruimtelijk structuurplan, dat definitief aanvaard werd op de gemeenteraad van 27 maart 2003, voorziet de herhuisvesting van Jeugdhuis Nijdrop op het terrein van het gemeenschapscentrum Hof ten Hemelrijk nabij het bibliotheekgebouw. Het plan geeft een positieve suggestie voor de bescherming van de historische Borchtsite als dorpsgezicht, zonder een verkeersweg tussen de Kattestraat en de Oude Pastorie, en dit in tegenstelling met het onlangs herziene BPA nr. 5 “Nanove”. Wijk Nanove Deze sociale verkaveling werd enkele jaren geleden aangelegd in de Nanove, de Nanovemeers, het Verkensveld en de Blocksweide, rond de nieuwe straten Millenniumstraat en Oude-pastorie-dreef. In aansluiting met de opmerkingen van onze vereniging in het kader van het openbaar onderzoek voor deze nieuwe verkaveling, dienden enkele belangrijke wijzigingen aan het oorspronkelijk plan aangebracht te worden. Vooral het creëren van een grotere bufferzone tussen het beschermd goed van de Oude Pastorie en de woonzone van de verkaveling, lijkt ons van groot belang. Wij verwijzen in dit verband naar onze bijdrage Bij een verkavelingsplan… in het HOM-tijd-schrift 1991-1 – HOM-binnenkrant, p. 8 en het artikel Verkaveling “Nanove” met voorwaarden in het HOM-tijd-schrift 1991-2 – HOM-binnenkrant, p. 3-4. In verband met de naamgeving van de nieuwe straten in de verkaveling verwijzen wij naar de bijdrage Nieuwe Opwijkse straatnamen in het HOM-tijdschrift 1999-3, p. 30-32. Dit artikel is ook raadpleegbaar op de desbetreffende HOM- internetpagina en pagina (beiden onder www.heemkringopwijk.be). Oude-pastoriedreef Zie verder.
Clausmeers
of -weide Deze plaats was eertijds
bereikbaar langs een dreef vanuit de Kattestraat,
ongeveer evenwijdig met de Pastorieweg, op het smalle
perceel waarop zich nu het gebouw nr. 5 (mutaliteit)
bevindt. In de 19e eeuw, en wellicht nog later, was deze
weg openbaar domein, (deel van weg nr. 86) die doodliep
op de Asbeek. Blocksweide Aan de overzijde van de Oude-pastoriedreef (kant Nanove) hebben we de Blocksweide. Deze partij weiland was in de 16e eeuw eigendom van Jan de Block (erfgenaam in 1549 van het leengoed te Neervelde). Zijn erfgenamen schonken deze gronden aan de Jezuiëten van Aalst omstreeks 1600. Ook dit blok, ondertussen verkaveld, is bouwrijp. Reigarsbrugge Het was de benaming (reeds
gekend vóór 1300) van de verdwenen parochie die zich
bevond op deze plaats naast het huidig dorpscentrum. De
Brugkouter (of Broekkouter) was de gemeenteakker van deze
parochie die, als Neerwijk, het lagere gelegen gedeelte
van de primitieve Wijk, besloeg. De hier genoemde brug
was deze van de oude Heerbaan (nu Gasthuisstraat) over de
Asbeek. Oude Pastorie Zie verder. Schuur oude pastorie Zie verder. Verbindingsweg langs de noordzijde van de Oude Pastorie Zie verder. Pastorieweg De Pastorieweg ligt tusen de
Oude Pastorie en de Kattestraat. Het was de gebruikelijke
(voet)weg voor de pastoor tussen zijn pastorie (1626) en
de huidige St.-Pauluskerk, vooral vóór de aanleg van de
dreef vanuit de Gasthuisstraat (ca. 1763). Kattestraat Na een aantal jaren Dorpsstraat en Gasthuisstraat geheten te hebben, werd in 1925 voor deze oude straat de oorspronkelijke naam Kattestraat in ere hersteld. Oorspronkelijke betekenis van deze naam: een straat langs een opworp (kat) als verschansing bedoeld. De Opwijkse Kattestraat begint aan de Singel (wal) van de voormalige Borcht. De Kattestraat (oorspronkelijk een aarden wal) en de Singel (een watergordel) scheidden duidelijk het Borchtcomplex van het Dorps- of Steenwegcomplex. De Kattestraat was ongetwijfeld
oorspronkelijk de tweede dorpsstraat, en lange tijd de
enige zijstraat van de hoofdbaan de Heirbaan of Steenweg. Ca. 1730 werd de Kattestraat voor 't eerst gekasseid, met “schorresteen”' die in de gemeente gedolven werd. Op het smalle perceel waarop zich nu het gebouw nr. 5 (met tuin) bevindt (mutualiteit), was er eertijds een toegangsweg naar de Clausmeers, gelegen aan de overzijde van de beek. In het metingboek 1725-'26 wordt hij aangeduid als stratien. In de 19e eeuw -en wellicht nog later- was deze weg, die doodliep op de Asbeek openbaar domein, deel van weg nr. 86, met een lengte van ca. 45 m. De toegang tot het omsloten
Borchtcomplex -zie p. 51-52-
gebeurde langs een statige dreef, vertrekkende aan het
huidige Singelplein-begin Kattestraat. De dreef stond
gekend als de Notelarendreef. Gasthuisstraat Deel van de oude heerweg of Steenweg van Dendermonde naar Brussel over Merchtem, gekend als de gemeentelijke weg nr. 1. Met de kermisdagen van 1840 (van
28 juni tot 2 juli) werd een tentoonstelling met tombola
gehouden van Voorwerpen van Kunst, Sieraed en Nuttigheyd,
gegeven door LIEFDADIGHEID ten voordele van een
optereggten GASTHUYS EN ARMSCHOOL, binnen de gemeente
Opwijck (”Aldaer tentoongesteld in de Gemeente-Schoolzael).
In 1847 stichtte pastoor Pieter
Jozef Van Hemel te Opwijk de Congregatie van
Sint-Vincentius a Paulo. Vroeger werd de naam
Gasthuisstraat gegeven aan de straat van het gasthuis (op
de hoek van de Marktstraat en de Gasthuisstraat - nu
parking) naar de Singel (oude Kattestraat). In de 19e
eeuw duidde men de baan ook eenvoudigweg aan als
Heirbaan. Tot 1925 heette dit deel van de steenweg, de
Schoolstraat, vermits aanvankelijk zowel de gemeentelijke
jongensschool als de vrije meisjesschool in het geheel
van het Gasthuis-complex gevestigd was. Vandaar dat in de
volksmond deze straat ook gekend was als de Kadeestraat,
naar de “schoolkadeëen”. Op de hoek Marktstraat-Kattestraat-Gasthuisstraat, tegenover het Godshuis, kwam er in 1849 een tolbareel van de gemeente Opwijk, nadat zowel de kassei Dorp-Merchtem als de kassei Dorp-Nijverseel (beiden aansluitend op de provinciebaan Aalst-Vilvoorde) aangelegd waren. Het bareelrecht werd reeds afgeschaft in 1866. De in 1966 afgebroken herberg “In den Bareel” (“Noille”), op de hoek Gasthuisstraat en de Kattestraat herinnerde nog aan deze toestand. Onder de huidige parking is de Asbeek ingebuisd. De recente gemeentelijke plannen voor ruimtelijke ordening (gewijzigd Bijzonder Plan van Aanleg nr. 4 “Gasthuis” en het gemeentelijk ruimtelijk structuurplan) voorzien een verbinding tussen de Marktstraat en de Ringlaan, dwars door de huidige site van het Jeugdhuis Nijdrop en van de achterliggende “Engelse tuin”. Dit “strategisch project” beoogt een gemengde functie (woningen en handelszaken). Het plan noodzaakt het Jeugdhuis Nijdrop tot verhuizing – zie p. 53-54. Voor de opmerkingen, bezwaren en voorstellen van het bestuur van de Heemkring Opwijk-Mazenzele bij het ontwerp van BPA-herziening (oktober 2002) verwijzen wij naar de desbetreffende HOM-internetpagina. Kerkstraat Vroeger in de volksmond ook Pantoffelstraat geheten omdat daar toen enkel vreedzame pantoffelburgers woonden; geen gerij mocht er passeren. Tot in de 17e eeuw werd het Kerkstraatje beschouwd als deel uitmakend van het kerkhof. Het was tot dan een soort onrecphpatige uitweg van de hofsteden palende aan de oudere Kattestraat naar de kerk. De kerk procedeerde echter regelmatig tegen al degenen die dat probeerden. Het ontstaan van huizen daar, kon zij niet verhinderen, vermits de mensen op de gebruikelijk afstand op hun eigendom en ver genoeg van de kerkhofgrens bouwden. Tenslotte kon toch niet belet worden dat daar een regelmatige straat ontstond. Het kerckhof straetien (1725-'26) ontstond dus slechts onder dwang der omstandigheden. Tegenover de Kerkstraat hadden wij tot in de jaren zestig nog de buurtweg nr. 64, (links van huis nr. 63). De weg leidde richting Peizegem en gaf ook aansluiting met de weg nr. 61 die van aan de Broekstraat naar het Hof ten Eeken liep. Van deze laatste weg is onze huidige Dorpssteeg (tussen Fabriekstraat en Marktstraat) nog het enig overblijvende deel. Dit deel van de weg nr. 61 is al enkele tientallen jaren niet meer toegankelijk, maar is pas enkele maanden geleden officieel afgeschaft. Op de hoek van de Markt en de Kerkstraat stond de oude herberg “'t Commerciehuis”. Marktstraat Oorspronkelijk was de
hoofdstraat van het dorp de Heerbaan. Zij werd al vroeg,
vermoedelijk reeds vanaf begin 15e eeuw met stenen belegd
(Steenweg), binnen de dorpskom, d.i. van aan de brug over
de Asbeek (Reigarsbrugge - nu Gasthuisstraat) tot aan het
Koutergat van Neervelde (begin huidige Stationsstraat).
Tot in de 18e eeuw werd deze straat kortweg de Steenweg
geheten, om de goede reden dat er geen andere kasseiweg
was in heel de gemeente dan deze paar honderd meter.
Slechts ca. 1730 werd ook Kattestraat, de tweede
belangrijkste straat in 't dorp, voor 't eerst gekasseid.
De aanduiding “markt” komt natuurlijk van het feit dat hier sedert de oprichting in 1838, elke dinsdag de wekelijkse markt plaatsvond. Deze markt verdween tussen de twee oorlogen. Zij werd heringericht vanaf oktober 1996, maar dan wel op vrijdag. Eertijds was op de plaats van de
Markt ook een waterput gelegen. In de 17e eeuw was het
een steenput, misschien met een pomp. Op de kaart van
1725-'26 staat hij aangeduid als een open poel. Het was
daar dat de kerk haar nodige water haalde, vermits er in
het kerkarchief rekeningen en betalingbewijzen te vinden
zijn “van het ruymen ende cuysschen van den kerckenput
liggehende neffens het kerckhof aen den steenwegh”. Zoals
de andere waterpoelen in het dorp werd hij gedempt in het
begin van de 19e eeuw. Door zijn bouwvalligheid diende
het gemeentehuis eind 1981 dringend ontruimd te worden.
Het gebouw werd volledig afgebroken en heropgebouwd in
1982-1984. Het voorgevelvolume en -indeling van het oude
gemeentehuis bleef bewaard. Het gebouw werd sterk
uitgebreid langs de achterzijde. Binnenin bleven enkele
elementen van de oude structuur en van het oude interieur
bewaard: een gedeelte van de oude kelders (kant
Fabriekstraat) met gemetselde gewelven, de oude waterput,
enkele schoorsteenmantels, een vierdubbele deur met
geëtst glas, het schilderij in een ovale kader en de
daaronder geplaatste spiegel boven de schoorsteen in de
vroegere schepen-zaal.
Marktstraat, richting Stationsstraat Tussen marktplein en kruispunt
Stationsstraat-Ringlaan-Heirbaan-Heiveld. Het is een deel
van de oude Heerbaan of Steenweg.
Fabriekstraat Het oude kerkhof rond de Sint-Pauluskerk Plaats van het kerkhof, gelegen
rond de St.-Pauluskerk, omvattend ook het vroegere
kerkplein tot aan de verdwenen arduinen palen, alsmede de
huidige Kerkstraat. Op de figuratieve afbeelding van de kerk (vóór haar vergroting) en omgeving op de kaart nr. 1 van het (prékadastrale) kaartboek 1725-'26 zien wij duidelijk hoe een deel van het huidige plein Singel (deel vóór de westgevel van de kerk) nog tot het kerkhof behoorde. Er waren 4 toegangen tot het kerkhof: één van elke uithoek van de westzijde van het kerkhof naar de kerkingang in de westgevel, één vanuit de huidige Marktstraat, tegenover de huidige Fabriekstraat, met een weg over het kerkhof langs de noordzijde van de kerk en één op de hoek huidige Marktstraat en huidige Kerkstraat met een weg die blijkbaar rechtstreeks naar de toenmalige sacristie langs de noordzijde van het koor liep. Op dit plan (en in de bijhorende legger met perceelsbeschrijvingen) is de huidige Kerkstraat reeds duidelijk aanwezig. Het huidige verbindingsbaantje tussen de Markstraat en de Singel is niet getekend: het kerkhof kwam tot tegen de noordelijk afsluitingsmuur en tot tegen de huizen op het huidige kerkplein. Zie meer gegevens hieromtrent in de beschrijving van de kaart nr. 1 van het kaartboek 1725-'26 in HOM-tijdschrift 1991-3, p. 27, noot 1. In 1618 wordt er “getemmerd” voor het afsluiten van het kerkhof ; in 1626 trekt de metser Nicolaes Bocqueneau 53 gulden “over het opmaeken van de kerckmueren teghen den steenwegh”; en zo ook in 1630 de metser Jan Vermoesen 12 ponden “over d' maecken van kerckhofmuren”; en in 1659, Adriaen Vermoesen, 20 schell. 5 gr. “over het maecken ende meytsen van een huysken daer men de doodtsbeenderen inne bewaert”. In 1674 wordt een “drayende cruys” geplaatst op 't kerkhof “jeghen den singhele ... in plaetse van eenen stichele” (slagboom); in 1712 worden werklieden betaald voor “'t saeghen ende maecken van den drayboom ende drayers staende aen het kerkhof”. De kerkrekening van 1749 bevat een post handelende “over het maecken van acht koppen, ende het verwen van diere, geemployeert tot het stellen op de pedestaelen van den kerkmuer”. Deze kolommen met de koppen stonden er nog tot in 1940. In de 18e eeuw en tot 1940
(afbraak oude kerkhofmuur) was het kerkhof toegankelijk
langs 4 openingen in de muur. Deze openingen, die
geflankeerd waren met hoge muurkolommen met sierkop –zie
hierboven-, gaven toegang tot verbindingswegen over het
kerkhof naar de ingang van de kerk. Om de voorkomen dat
deze doorgangswegen gebruikt werden door paard en kar,
stonden arduinen paaltjes in de muuropeningen. Dergelijke
paaltjes stonden ook aan de westzijde (kant voorgevel van
de kerk, op een deel van de huidige Singel) waar geen
afsluitingsmuur van het kerkhof stond. De oude kerkhofmuur werd afgebroken in 1940 op het deel langs de rechterzijde (noordwestkant) na. Een nieuwe lage bakstenen kerkhofmuur werd opgetrokken langs de oost, zuid- en noordzijde. Langsheen het verbindingsbaantje Marktstraat-Singel (kerkplein) werd deze langs de zuidzijde van de weg gebouwd. Het baantje kwam dus buiten de ommuurde zone van het vroegere kerkhof te liggen. Van dit muurgedeelte zien wij nog de grondvesten langs de linkerzijde van het baantje. Het verbindingsbaantje loopt nog steeds over het perceel van het vroegere kerkhof. De wegbedding is dus geen openbaar gemeentelijk domein, maar eigendom van de kerkfabriek Opwijk Sint-Paulus. De afsluitingsmuur rechts is de enige restant van de vroegere kerkhofmuur. Dit deel van de muur werd een 30-tal jaar geleden overgenomen door de eigenaar van het aanpalend perceel. De muurafdekking is niet meer oorspronkelijk. Via dit baantje op het perceel van het vroegere kerkhof komen wij dan terug op de Singel (plein vóór de kerk) terecht.
|