Reeds op de gemeenteraad van 9 april 1879 was er sprake van de oprichting van een gemeenteschool te Nijverseel. Rond 1930 nam het aantal leerlingen in de gemeenteschool dusdanig toe dat weer concrete plannen werden gemaakt.
Het ontwerp van het gebouw, van de hand van de talentrijke
Opwijkse architekt Paul Semal in modernistische bouwstijl, werd goedgekeurd door de gemeenteraad van 4 augustus 1936 - zie enkele
uittreksels
van de originele bouwplannen (1936). Het geheel omvatte het hoofdgebouw evenwijdig aan de straat, een bijgebouw achter de inkom-trappenhal en een luifel, toiletten en een turnzaal tegen de noordoostelijke perceelsgrens).
Voor de realisatie van de school kocht de gemeente Opwijk op 21 augustus 1936 ('Akte van aankoop in der minne door de gemeente om redenen van openbaar nut') een perceel grond langsheen de Steenweg op Aalst van Camiel-Theodorus De Witte,
landbouwer te Opwijk (van 'Odo's), op de Borcht in Opwijk, Kattestraat). Het terrein mat 27a 15ca. Toenmalige breedte aan de straat: 30,10 m. Gemiddelde diepte: ca. 103,20 m. Aankoopprijs: 44.000 fr. (prijs aangenomen door college van burgemeester en schepenen -namens de gemeenteraad-
in zitting van 1 mei 1936).
De aanbesteding voor de bouwwerken vond plaats op op 4 mei 1937. Men had 16 inschrijvers. Aannemer Dubois Frans & Jozef en De Mol Adolf (Lebbeke) deed de laagste inschrijving, voor een bedrag van 343.910,43 fr.
De werken waren volledig beëindigd op 5 februari 1938, maar de leerlingen kregen onderricht in de nieuwe lokalen vanaf 3 januari 1938.
De afrekening bedroeg 341.453,09 fr. (ereloon architect en kosten toezicht van bouw inbegrepen). De nieuwbouw
genoot toelagen ten belope van 25 %, door het Ministerie van Openbare Werken en Werkverschaffing (buitengewone toelage 'ter bevordering van werkverschaffing').
De school omvatte 3 graadsklassen. De eerste ploeg leerkrachten bestond uit hoofdonderwijzer Eugeen Van den Broeck en de onderwijzers Frans Hofman en Jan De Ridder. Op 20 juni 1947 werd Frans Hofman schoolhoofd en op 2 november 1964 Jan De
Ridder. In 1961 werd de gemeenteschool een onafhankelijke school.
Vanaf 2 september 1966 volgde Gaston Vastenavondt Jan De Ridder
op als hoofdonderwijzer (met klas).
Als noodoplossing, gezien de trage vordering van de plannen voor een nieuwe gemeenteschool Centrum, werden in 1966 achteraan de speelplaats twee klassen -in lichte materialen- bijgebouwd. Deze werden ondertussen afgebroken.
Daling van het geboortecijfer, concurrentie en overgang naar de Rijkslagere scholen van Opwijk, Asse, Lebbeke en de invloed van B.L.O.-Opwijk, noopten het gemeentebestuur in 1975 tot een beslissing betreffende de toekomst van de school. In dat
jaar had men in totaal nog slechts 47 leerlingen, waarvan 18 leerlingen in de 1ste graad, 19 in de 2de en 10 in de 3de graad. Met de beslissing van de gemeenteraad van 28 augustus 1975 fusioneerde de school van Nijverseel met de gemeenteschool Centrum. Hierdoor kon men rekenen op een
groter gemiddelde van de klassen. Op Nijverseel bleven dan alleen de twee laagste graden behouden. Gedurende het schooljaar 1975-76 genoten reeds 11 leerlingen van Nijverseel onderwijs in het Centrum.
Toen een jaar later, vanaf 1 september 1976 de vrije meisjesschool gemengd werd, daalde het leerlingenaantal verder. De school werd dan ook in 1976 opgeheven. De leerkrachten werden overgeheveld naar de gemeenteschool Centrum.
Nadien werden de gebouwen en lokalen van deze vroegere school voor verschillende doeleinde gebruikt. Zij deden onder andere dienst als (tijdelijke) gemeentelijke openbare bibliotheek,
gemeentelijke tekenacademie, heemkundig archief, oefenruimte voor muzikanten, permanente lokalen voor diverse verenigen, opslagruimten voor de decors,… van een
toneelvereniging, opslagplaats voor noodhulp aan Roemenië, hergebruikerscentrum en –opslagplaats (OCMW),…
Sinds eind 2006 worden de
gebouwen, die nog altijd eigendom zijn van de gemeente, niet
meer gebruikt. Op dat ogenblik werd ook de verwarming buiten
dienst gesteld en werd de elektrische stroom afgesneden. De
lokalen kwamen dan volledig leeg te staan.
Volgens het Gewestplan Halle-Vilvoorde-Asse (1977) ligt het
grootste gedeelte van het gebouwencomplex in 'woongebied met
landelijk karakter' (50 meterzone). Het bestaande bijzonder plan
van aanleg nr. 7 'Nijverseel' (1984) voorzag hier nog een zone
bestemd voor gemeenschapsvoorzieningen (volledige diepte van
terrein, dus ca. 95 m). Het recente Ruimtelijk uitvoeringsplan
(RUP) 'Nijverseel' (2007) voorziet hier nu een bestemming van
woonzone voor de volledige diepte van het terrein (ca. 95 m,
zoals ook voor de naastliggende percelen). Dit RUP 'Nijverseel'
werd pas op 24 januari 2008 definitief goedgekeurd door de
gemeenteraad.
Eind
oktober 2007 vroeg Heemkring Opwijk-Mazenzele (HOM) aan de
bevoegde instanties op Vlaams niveau een evaluatie te maken van
de voormalige gemeenteschool van Nijverseel. Zij vroeg ook of
een beschermingsprocedure kon worden opgestart, rekening
houdende met de acute situatie en de reële bedreiging voor de
waardevolle gebouwen. De HOM deed deze aanvraag met uitgebreide
documentatie en een duidelijke motivering.
De
bevoegde Vlaamse administratie onderzocht nauwkeurig het
dossier. Uit de analyse bleek dat het gebouw over voldoende
innerlijke erfgoedwaarden beschikt om een bescherming te
verantwoorden.
Vlaams minister Dirk Van Mechelen tekende op 19 mei 2008 het
Ministerieel besluit voor de opstarting van de
beschermingsprocedure. Hiermee werden de vroegere schoolgebouwen
voorlopig beschermd.
De bescherming gebeurde op basis van de
(architectuur)historische waarde van deze vrijwel intact
bewaarde lagere jongensschool die in 1937 gebouwd werd op basis
van de toenmalige pedagogische inzichten. Hierdoor vormt ze een
illustratief voorbeeld van een landelijke lagere school uit de
interbellumperiode en dit zowel op het vlak van planconcept,
typologie en uitrusting. Bijkomende meerwaarde is het feit dat
deze modernistisch geïnspireerde, functionele
baksteenarchitectuur met typische binnenafwerking werd ontworpen
door architect Paul Semal (1891-1975), wiens oeuvre het lokale
niveau duidelijk overstijgt.
Aangezien de schoolgebouwen (hoofdgebouw, bijgebouwen,
turnzaal,…) met de 'voortuin' en de achterliggende speelplaats
(met luifel) één typologisch geheel vormen werd het ganse
perceel als monument voorgesteld (ca. 27 a).
Al van in het najaar 2007 werd door het Opwijks gemeentebestuur
onderhandeld met de Groep INTRO vzw - regio Vlaams-Brabant (Halle-Buizingen).
Groep INTRO is een professionele organisatie voor vorming,
leerplichtonderwijs, opleiding, arbeidstrajectbegeleiding en
werkervaringen. Zij zorgt voor begeleiding en vorming van mensen
die moeilijk hun plaats vinden op de reguliere arbeidsmarkt
(begeleiding van jongeren uit het bijzonder onderwijs,…). Groep INTRO wenste in de gebouwen op Nijverseel haar regionaal vormings- en opleidingscentrum
te vestigen.
Op 19 juni 2008 besliste de Opwijkse gemeenteraad, de
'Goedkeuring van de voorwaarden van een verhuurovereenkomst,
voor negen jaar, tussen de gemeente Opwijk en de vzw Groep INTRO
m.b.t. de oude gemeentelijke lagere jongensschool in
Nijverseel'.
Na diverse aanpassingswerken nam de Groep INTRO vzw in het
voorjaar 2099 gebruik van de lokalen. Haar Jongerenwerking vindt
er nu een onderkomen.
Met
een
ministerieel besluit van 15 mei 2009 werd de voormalige
jongensschool definitief beschermd als monument.
In 2018 verkoopt het Opwijks gemeentebestuur de school
aan een private eigenaar.
Tussen 2019 en 2021 wordt de school gerestaureerd volgens de
originele tekening van Paul Semal. De school vervult dan niet
meer zijn functie als onderwijsinrichting. De gebouwen krijgen
in overleg met monumentenzorg een nieuwe bestemming als
cohousing en publieke ontmoetingsruimte.