Naar HOM-website

Startpagina HOM-algemeen

Nieuw op HOM-site

Naar externe links

Zoeken in HOM-site

Inloggen HOM-ledengebied

Vorige bezochte pagina

Volgende (reeds bezochte) pagina

Email naar HOM

Vernieuwing van deze pagina

Klik voor naar top van de pagina of dubbelklik linkermuisknop

Sluit dit vak met klik op linker muisknop.

Alternatief geldig in de meeste browsers: sneltoets Ctrl+F 

Info rechtermuisknop

Pagina voor
of na

  

  

www

WO - Onderwijs


Deze bijdrage is onder meer gebaseerd op de gegevens uit het oorlogsdagboek 1914-1918 van Louis Lindemans, de Geschiedenis van Opwijk (Jan Lindemans), de besluiten van de gemeenteraden Opwijk en Mazenzele, de uitgaande briefwisseling van de gemeenten Opwijk en Mazenzele, het frontblaadje De Stem uit Opwijck, de verslagen van de parochiepastoors Opwijk en Mazenzele over de oorlogsgebeurtenissen, de gegevens met betrekking tot de oorlogsomstandigheden uit het verslagboek (afroepboek) van de parochie Sint-Paulus nov. 1916-dec. 1920, de akten Burgerlijke Stand Opwijk en Mazenzele en de gemeentelijke Bevolkingsregisters Opwijk en Mazenzele.

Zie ook de meer uitgebreide lijst van bronnen en literatuur.

 

De schoolwet van 19 mei 1914 stelde de algemene leerplicht in voor kinderen vanaf zes jaar.
Door de bezetting van schoolgebouwen kon er, vooral in het begin en op het einde van de oorlog, geen les gegeven worden. Ook het gebrek aan steenkolen voor de verwarming van de klassen tijdens de winter was een probleem. De onderwijzers die aan het front waren, moesten vervangen worden.

Tijdens de oorlog werd het onderwijs soms hervat op initiatief van de scholen zelf, of op aandringen van de Duitsers. De bezetter deed dat vooral uit eigenbelang: kinderen die zich op straat begaven, liepen de soldaten enkel voor de voeten. Indien kinderen bijgevolg de dupe werden van militaire feiten, kon dit bovendien antipropaganda aanwakkeren, iets wat de Duitsers tegen elke prijs wilden vermijden. Bovendien haalden de niet schoolgaande kinderen ook dikwijls kattenkwaad uit, waarvoor ze soms streng gestraft werden door de Duitsers. Om zoveel mogelijk kinderen op school en van de straat te houden, herinnerden ze de bevolking er op verschillende manieren aan dat er een leerplicht was.

Wanneer scholen heropenden waren er soms delen van de school bezet voor de inkwartiering van Duitse soldaten of voor huisvesting van vluchtelingen. Dit had als gevolg dat er reglementen moesten gemaakt worden: zo werd er vaak slechts enkele uren per dag les gegeven en was er geen speeltijd. De kinderen kregen als compensatie veel huiswerk mee.

Voedselhulp (of andere hulp) voor de kinderen gebeurde dikwijls op 't school. Voor sommige ouders was dit een stimulans stimulans om hun kinderen naar 't school te sturen

Opwijk

Opwijk telde een ruime waaier aan scholen. Het middelbaar onderwijs was vertegenwoordigd door het jongenspensionaat Lindemans. Voor het lager onderwijs waren er de gemeenteschool voor jongens en de aangenomen vrije scholen voor de meisjes in Opwijk-Centrum en in Nijverseel. De aangenomen scholen hadden ook gemengde kleuterklassen. In Droeshout was er een aangenomen vrije gemengde lagere- en kleuterschool.
Er was in Opwijk nog een parochiale zondagsschool respectievelijk in de jongensschool en de meisjesschool van Opwijk-Centrum.
De tekenschool van oud-hoofdonderwijzer Joos Theodoor Buggenhout werd in 1914 stopgezet.
Bij de 594 geëvacueerde vluchtelingen die op 29 Juni 1917 in Opwijk toekwamen was de oude onderwijzer van het dorp die zijne school te Opwijk voortzette. Hij gaf aan de kinderen van de vluchtelingen klas in de Sint-Pauluszaal.

Pensionaat Lindemans

In zijn dagboek beschrijft bestuurder Louis Lindemans wat er tijdens de oorlog allemaal in het pensionaat gebeurde.
Bij de mobilisatie juist na de prijsuitdeling op 31 juli 1914, vertrokken alle leerlingen naar huis.
Bij het losbarsten van het oorlogsgeweld in de streek half augustus 1914 werd het pensionaat ingericht als oorlogslazaret, aanvankelijk van het Belgisch leger, daarna van het Duitse. Vanaf half september was het pensionaat een toevluchtsoord niet alleen voor gekwetsten, maar ook voor vluchtelingen, zelfs voor vee. Van november 1914 tot juli 1915 verbleven er een dertigtal landwehrmannen (uit Mulheim a/Ruhr), opgevolgd door een veertigtal Duitse soldaten.

Het pensionaat (in externaat) kon heropenen op 18 januari 1915 met 25 leerlingen.

In april 1915 vroegen de leerlingen, met prof, tevergeefs in de commandantuur te Ternat de toelating om 'den velo’ te gebruiken. Een week later kregen ze deze toelating wel.
Einde juli 1915 wil de nieuwe commandant van de Duitse bezettingstroepen alle soldaten in het pensionaat onderbrengen. Zij komen met 50 à 60 man en logeren in de bovenste slaapzaal en de aanpalende kamers.
De prijsuitdeling op 14 augustus 1915 was voor de directeur de gelegenheid om 'eerst en vooral hulde [te brengen] aan de 15 nog bekende oud-leerlingen voor het Vaderland gesneuveld.’
Na de vakantie werden op 27 september. 1915 de klassen heropend voor de internen. En de volgende dag voor 41 externe leerlingen. Op zondag 10 october 1915 rond 5 uur volgden de leraars met de leerlingen, van op den berg in den voorhof, de beschieting van het vliegplein van St.-Agatha-Berchem door 3 vliegers.
Ondertussen bleven Duitse soldaten in een gedeelte van de gebouwen van het pensionaat ingekwartierd tot juni 1916. Over de meesten had men niet te klagen: de grote 'dortoir', waar zij sliepen werd steeds rein gehouden, alsook de vestiaire, boven de kapel, welke zij als leeszaal gebruikten. De grote trapzaal werd dagelijks geschuurd. Zij maakten geen lawaai en poogden de klassen niet te storen.

Op 29 Juni 1917 werden dan 3 families geëvacueerde vluchtelingen uit Haluin ingekwartierd.

In 1917 was de prijsuitdeling op 30 juli en gingen de leerlingen op vakantie tot 17 september.
Na de vakantie startte het pensionaat met 65 leerlingen.
In januari 1918 antwoordt de gemeente aan de Zivilkommisar dat in Opwijk het gesticht voor vrij onderwijs Lindemans 70 leerlingen telt.

Naar het einde van de oorlog toe, op 24 oktober 1918, moesten op staande voet de klassen en de woning ontruimd worden en de leerlingen weggezonden. Er heerste grote verwarring en de verhuis duurde gans de dag. De Duitsers vestigden, met 160 soldaten, in een groot deel van het pensionaat de drukkerij van de cartografische dienst van het leger. Begin november 1918 vertrokken ze weer.
Op 2 november vestigde er zich nog een Duitse bakkerij, met veldkeuken, gevolgd door vluchtende soldaten en pioniers. Op 14 november 1918 zijn de laatste Duitsers vertrokken en kon men beginnen met de algemene opkuis in het pensionaat. Het was walgelijk vuil. Men stelde de stelselmatige vernieling van schoolmateriaal en beddengerief vast. De opkuis duurde verschillende dagen. Na de bevrijding logeerden er nog Italiaanse en Belgische soldaten.
Pas op 2 december 1918 kon men de klassen in het pensionaat heropenen.

Het frontblaadje De Stem uit Opwyck berichtte :

Brieven van 12e en 22 October. Er loopen nog 'n 70 Duitschers in 't dorp; zij hebben weinig gezag -Zij slapen in 't pensionnaat, de gendarmerie en 't huis er recht over (huis van We Rolier-Moens). (15-12-15)

(Brief van 22 Nov.) In 't pensionnaat liggen 40 duitschers. (15-1-16)

In 't dorp liggen nog altijd 40 à 50 duitschers; de meesten liggen in 't pensionaat gelogeerd. (1-7-16)
Het pensionaat Lindemans is gesloten te Paschen. Men neemt nog enkel leerlingen aan die over end, weer gaan. (15-5-17)

Op een vraag van de Zivilkommisar op 17 mei 1916 antwoordt de gemeente dat er in Opwijk één gesticht is voor middelbaar onderwijs. Dhr. Louis Lindemans is eigenaar en bestuurder. Het onderwijs is er sedert januari 1915 regelmatig hernomen.

Het pensionaat Lindemans had gans de oorlog te lijden onder inkwartieringen van Duitse troepen.

Lager onderwijs

Opwijk

De scholen werden tijdens de oorlog dikwijls gesloten, nu eens om gebruikt te worden door Duitse soldaten, dan door vluchtelingen, dan om kinderziekten, dan om gebrek aan kolen in den winter, enz.
In december 1916 vroeg de gemeente aan de Zivilkommisar 150 liter petroleum voor de verlichting van de scholen van het centrum, Nijverseel en Droeshout.

Gemeentelijke jongensschool

Hoofdonderwijzer was Jan Hofman. Bij het uitbreken van de oorlog waren de hulponderwijzers: Eugeen Vandenbroeck, Leo Buggenhout en Emiel Buggenhout. Eugeen Vandenbroeck werd gemobiliseerd. Nieuwe hulponderwijzers waren Eric-Jules Merlevede en Gustaaf Matheussen.
Ook Irma Caluwaerts, Alfons Boogmans, L. Raes, August Robberechts, Clement Vanderstappen en Hendrik De Bruyn gaven een tijd les. M. Ceuppens verving in april 1918 de doodzieke Emiel Buggenhout.
Wegens oorlogsomstandigheden moest de school op 5 augustus 1914 gesloten worden. Op 4 oktober 1914 werden er vluchtelingen in de gemeenteschool geherbergd en door de gemeente onderhouden worden. Ook tot 200 Duitse soldaten met wagens overnachtten er. Op 9 november 1914 konden de scholen terug geopend worden. Eind 1914 waren er 6 klassen. Het aantal leerlingen steeg van 368 leerlingen eind 1914 tot 440 eind 1917.
In 1916 was er spraak een nieuwe klas bij te bouwen, ten gevolge van de nieuwe schoolwet. Men kocht voor 537,41 fr. nieuwe schoolmeubelen. In het najaar 1917 waren er te weinig steenkolen en moesten de kachels in de scholen gedoofd worden. Op 7 oktober werden de school gesloten en logeerden er vluchtelingen. Op 28 oktober 1918 nam een troep auto-vrachtwagens en soldaten van het Duitse leger zijn intrek in de jongensschool. De afsluitingsmuur van de speelplaats werd omvergeworpen. Daarna werd de school nog bezet door doortrekkende legers, o.a. een Duitse legerbakkerij.

Het frontblaadje De Stem uit Opwyck berichtte :

De nieuwe schoolwet is in voege: verplichting tot 14 jaar. Verscheidene huisvaders van Opwijck werden reeds naar 't vredegerecht geroepen omdat hunne kinderen de school verzuimden; ze kwamen er met eene vermaning van af. (15-10-15)

Het is verboden geweest de stoven te doen branden in de scholen. Naar het schijnt zouden de gemeentescholen gesloten zijn van 15 Mei. (1-8-17)

Vrije meisjesschool

De school werd bestuurd door zuster Maria Stockeyer, overste van de congregatie van de zusters van Sint-Vincentius a Paulo te Opwijk. De onderwijzeressen waren medezusters van hetzelfde klooster.
Wegens oorlogsomstandigheden diende de school gesloten te worden van 5 augustus 1914 tot 9 november 1914. In 1916 werd in de vrije lagere school in Opwijk-Centrum gratis onderwijs verstrekt voor 372 kinderen in 6 klassen, in 1917 aan 413 leerlingen in 7 klassen. De kleuterschool telde 1 klas met 55 jongens en 85 meisjes. Tijdens de oorlog kwam er één klas bij.
In oktober 1918 namen de Duitse troepen de school in beslag en richtten er een reusachtige veldbakkerij in, waar ze in tien ovens tegelijk, 10.000 broden bakten per dag. De deuren van de klaslokalen werden als brandstof gebruikt en de poort werd vernield.

De parochiale zondagsscholen in Opwijk-Centrum

In het begin van de 20ste eeuw werd door de Opwijkse parochieoverheid, opnieuw een „Parochiale Zondagsschool " opgericht. Deze verschafte aan de leerlingen niet alleen een zeer nuttig voortgezet onderwijs, maar ook een degelijke godsdienstige en morele vorming. Er bestond een jongens- en een meisjesafdeling, waarvoor de lessen en de begeleiding respectievelijk in de jongensschool en de meisjesschool van het Centrum gegeven werden door enkele bereidwillige leerkrachten van deze scholen. Onderpastoors Jozef Van Gestel en Jozef Van Leeuwe waren er de bezielers van. De gemeente gaf een toelage van 750 fr. per jaar voor kosten en prijzen.
De school verdween na de oorlog.

Vrije school Droeshout

De school van Droeshout telde in 1913 124 jongens, 157 meisjes en 73 kleuters, die allen gratis onderwijs kregen in 6 klassen. Pastoor Vermeyen was bestuurden van de school. Jozef en Charlotte Depovere gaven les, samen met Barbara Lombaerts en andere zusters van de congregatie van Opwijk.

Voor gegevens uit de betalingsmandaten van de gemeente Opwijk tijdens WO 1: klik hier.

Mazenzele

Voor het lager onderwijs was een gemeenteschool voor de jongens en een aangenomen vrije school voor de meisjes met ook een gemengde kleuterschool.
In augustus 1917, in januari 1918 en in augustus 1918 moest de lijst van de leerplichtige kinderen opgestuurd worden aan de schoolopziener.
In april 1918 nam hoofdonderwijzer Henri Van de Velde ontslag. De gemeenteraad benoemde dan Lodewijk Berghman tot hoofdonderwijzer van de gemeenteschool. Zijn wedde bedroeg 2.400 fr per jaar vanaf 1.1.1918. Hij ontving wel geen loon voor de vertaling van de Duitse verordeningen en voorschriften daar dit werk gedaan wordt door de gemeentesecretaris Jan Michiels.
In juli 1918 benoemde de gemeenteraad dan Emiel Frans Hector Michiels tot hulponderwijzer in de gemeenteschool.

 


www.heemkringopwijk.net - Print:
© Heemkring Opwijk-Mazenzele (HOM) 1999-